Nederlands

Nederlandse werkwoorden vervoegen

ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
zijnwaswarengeweestбыть
hebbenhadhaddengehadиметь
doendeeddedengedaanделать
gaanginggingengegaanидти/ехать
komenkwamkwamengekomenприходить/приезжать
willenwildewildengewildхотеть
kunnenkonkondengekundмочь
moetenmoestmoestengemoetenбыть должным
mogenmochtmochtengemogenможно/иметь право
zeggenzeizeidengezegdсказать
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
sprekenspraksprakengesprokenговорить
wetenwistwistengewetenзнать
denkendachtdachtengedachtдумать
zienzagzagengezienвидеть
kijkenkeekkekengekekenсмотреть
horenhoordehoordengehoordслышать
luisterenluisterdeluisterdengeluisterdслушать
voelenvoeldevoeldengevoeldчувствовать
makenmaaktemaaktengemaaktделать/создавать
gevengafgavengegevenдавать
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
nemennamnamengenomenбрать
krijgenkreegkregengekregenполучать
brengenbrachtbrachtengebrachtприносить
halenhaaldehaaldengehaaldзабирать
zettenzettezettengezetставить
leggenlegdelegdengelegdкласть
staanstondstondengestaanстоять
zittenzatzatengezetenсидеть
liggenlaglagengelegenлежать
lopenliepliepengelopenходить
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
rijdenreedredengeredenехать
werkenwerktewerktengewerktработать
wonenwoondewoondengewoondжить(где-то)
levenleefdeleefdengeleefdжить
etenatatengegetenесть
drinkendronkdronkengedronkenпить
slapensliepsliepengeslapenспать
lezenlaslazengelezenчитать
schrijvenschreefschrevengeschrevenписать
kopenkochtkochtengekochtпокупать
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
verkopenverkochtverkochtenverkochtпродавать
betalenbetaaldebetaaldenbetaaldплатить
vindenvondvondengevondenнаходить/считать
zoekenzochtzochtengezochtискать
vragenvroegvroegengevraagdспрашивать
antwoordenantwoorddeantwoorddengeantwoordотвечать
helpenhielphielpengeholpenпомогать
gebruikengebruiktegebruiktengebruiktиспользовать
openenopendeopendengeopendоткрывать
sluitenslootslotengeslotenзакрывать
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
beginnenbegonbegonnenbegonnenначинать
eindigeneindigdeeindigdengeëindigdзаканчивать
blijvenbleefblevengeblevenоставаться
wordenwerdwerdengewordenстановиться
lijkenleeklekengelekenказаться
lerenleerdeleerdengeleerdучиться
begrijpenbegreepbegrepenbegrepenпонимать
proberenprobeerdeprobeerdengeprobeerdпробовать
kiezenkooskozengekozenвыбирать
ontmoetenontmoetteontmoettenontmoetвстречать
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
wachtenwachttewachttengewachtждать
reizenreisdereisdengereisdпутешествовать
bellenbeldebeldengebeldзвонить
sturenstuurdestuurdengestuurdотправлять
ontvangenontvingontvingenontvangenполучать
dragendroegdroegengedragenнести/носить
spelenspeeldespeeldengespeeldиграть
lachenlachtelachtengelachenсмеяться
huilenhuildehuildengehuildплакать
houdenhieldhieldengehoudenдержать/любить
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
missenmistemistengemistскучать/пропускать
winnenwonwonnengewonnenвыигрывать
verliezenverloorverlorenverlorenтерять/проигрывать
bouwenbouwdebouwdengebouwdстроить
brekenbrakbrakengebrokenломать
snijdensneedsnedengesnedenрезать
kokenkooktekooktengekooktготовить
wassenwastewastengewassenмыть/стирать
reinigenreinigdereinigdengereinigdочищать
draaiendraaidedraaidengedraaidкрутить/поворачивать
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
trekkentroktrokkengetrokkenтянуть
duwenduwdeduwdengeduwdтолкать
vallenvielvielengevallenпадать
stijgensteegstegengestegenподниматься/расти
dalendaaldedaaldengedaaldснижаться
groeiengroeidegroeidengegroeidрасти
veranderenveranderdeveranderdenveranderdизменять
volgenvolgdevolgdengevolgdследовать
stoppenstoptestoptengestoptостанавливаться
vergetenvergatvergatenvergetenзабывать
ИнфинитивПрош. время (ед. ч.)Прош. время (мн. ч.)ПричастиеПеревод
herinnerenherinnerdeherinnerdenherinnerdпомнить/вспоминать
besluitenbeslootbeslotenbeslotenрешать
hopenhooptehooptengehooptнадеяться
gelovengeloofdegeloofdengeloofdверить
tonentoondetoondengetoondпоказывать
delendeeldedeeldengedeeldделить/делиться
sparenspaardespaardengespaardкопить
lenenleendeleendengeleendодалживать
latenlietlietengelatenпозволять/оставлять
pakkenpaktepaktengepaktбрать/хватать
Комментарии к записи Nederlandse werkwoorden vervoegen отключены